Zaterdag, 25 mei 2024
Logo de Stadsruit

Maarten Tanis, de nieuwe wijknetwerker

Maarten Tanis is de nieuwe wijkwerker voor het Leger des Heils in Rotterdam. Zijn werkgebied ligt rondom de dag- en nachtopvanglocaties ‘Van de straat Centrum (Bredestraat)’ en ‘De Sluis’ (Westzeedijk). In zijn functie moet hij de overlast in de wijken rondom de locaties in kaart brengen en het contact met de buurt optimaliseren.

Omdat er veel klachten kwamen vanuit bewoners uit het Hoogkwartier, het centrum en Coolhaveneiland is het Leger des Heils met deze pilotfunctie voor wijkwerker gestart.  Op die locaties zitten de dag en nacht opvang van het Leger des Heils. Met de gemeente is toen afgesproken dat het Leger des Heils zijn verantwoordelijkheid wil nemen voor de cliënten die betrokken zijn bij de overlast rondom die locaties.

Er is toen besloten dat er zichtbaar iemand van het Leger des Heils op straat aanwezig moet zijn als aanspreekpunt voor de bewoners: de wijkwerker. De taken bestaan uit een stukje toezicht en zichtbaarheid op straat. ‘Als ik op straat loop en ik zie dat een van onze cliënten in een portiek zit te drinken, dan spreek ik hem daarop aan’.

Ook klachtenafhandeling hoort tot een van Maartens taken. ‘Ik ga dan bij die bewoner of dat bedrijf langs en zo word je steeds zichtbaarder in de wijk en weten ze je ook sneller te vinden’.  Per 1 februari werkt Maarten vier dagen als wijkwerker. ‘Ik kies bewust niet voor vaste dagen. Ik wissel elke keer om een soort verrassingseffect te houden. Want als ze weten dat ik bijvoorbeeld donderdag niet op die locatie ben, dan weet je dat er gedoe kan komen’.

‘Voor deze functie moet je over goede sociale eigenschappen beschikken’. Dat Maarten over goede sociale vaardigheden beschikt, blijkt als ik kom aanfietsen. Gemoedelijk en amicaal staat hij buiten met ‘zijn’ cliënten te praten. Ik herken hem niet gelijk, pas als ik het sportieve trainingsjack zie met het logo van het Leger des Heils erop.

‘Vaak denken mensen dat mijn werk bij het Leger des Heils vrijwilligerswerk is, maar het is gewoon een betaalde, maar wel een hele nieuwe baan’. Vanuit zijn rol bij het Leger des Heils moet hij dit ook allemaal zelf initiëren. ‘Als ik iemand met een hond zie lopen, dan ga ik  ervan uit dat het iemand uit de wijk is en dan maak ik een praatje.

Het belangrijkste is dat de wijk weet dat ik er ben, aanspreekbaar ben en dat ik ook signalen uit de wijk krijg. Het kan ook zo zijn dat ik via een wijkbewoner hoor dat iemand in de bosjes slaapt en dan kan ik dat weer doorspelen naar een collega van het veldwerk team. Hier in de wijk heb ik een oude man van 80+ aangetroffen die nog geen hulp heeft. Hij zat de hele dag op een bankje in het park en ik dacht dit klopt niet.

Ik ben toen in zijn woning geweest, geen gas, geen licht, alleen maar water en zijn buurvrouw kookt af en toe een prakkie voor hem’.  Uit dit voorbeeld blijkt maar weer dat Maarten zich niet alleen voor de daklozen van het Leger des Heils inzet, maar ook oog heeft voor wat in de wijk speelt. Het aantal daklozen baart hem ook zorgen.

‘Wat je in deze tijd ziet is dat mensen vaker dakloos raken. We noemen dat de ’stropdas’ of ‘economische’ daklozen. Het is best wel moeilijk om dit te combineren, want je hebt ook de ‘draaideur’ daklozen, die raken meerdere keren dakloos. Dat zijn meestal mensen met complexe multi problematiek.

Terwijl de economische/stropdas daklozen bijvoorbeeld een bedrijf hadden wat failliet is gegaan, of in een scheiding zijn gekomen, waar ze alles kwijt zijn geraakt, daardoor misschien meer zijn gaan drinken, meer schulden hebben gemaakt, maar geen psychische klachten hebben.

Wat je dan ook wel eens ziet is dat de ‘stropdas’ daklozen hier verslaafd zijn geraakt aan de verdovende middelen. Dat vind ik heel vervelend om te zien’.

De gemeente is verantwoordelijk voor de opvang van daklozen. Het is dus niet het Leger des Heils die beslist wie er komt slapen, dat beslist de gemeente. Als iemand dakloos dreigt te worden, dan meldt die zich aan bij Centraal Onthaal, een loket van de gemeente Rotterdam. Daar zit een WMO adviseur die een eerste screening doet.

Als de screening goed is verlopen, krijgt diegene een Centraal Onthaalpas waarmee men zich bij een nachtopvang kan aanmelden. Sinds corona is er echter geen sprake meer van alleen nachtopvang, maar is het dag- en nachtopvang. Afhankelijk van de problematiek wordt vanuit de gemeente een doorstroomplan voor een jaar opgesteld.

In dat jaar worden veel doelen behaald, maar met de krapte op de huizenmarkt is het moeilijk voor cliënten om door te stromen naar een zelfstandige woning. ‘Daarom is het bij de instellingen nu ook zo druk. Mensen blijven lang zitten omdat ze niet kunnen doorstromen. Ook al hebben ze dan een urgentie, maar als er zoveel mensen voor je zijn die ook urgent zijn, ja wat is urgent dan?’

Een laatste vraag aan Maarten, wat zou je met deze functie willen bereiken, welke toekomstdroom heb je?  Als droombeeld ziet Maarten graag dat de wijkbewoners meer gaan zien wie de cliënten van het Leger des Heils zijn. ‘Het zijn niet allemaal enge mensen, schreeuwers of verwarde mensen’. Maarten zou graag zien dat er projecten worden opgezet samen met wijkbewoners en cliënten. ‘Accepteer dat een wijk ook mensen herbergt waar het tijdelijk niet goed mee gaat.

 Als je de moeite neemt om die mensen te leren kennen dan zie je dat er ook zoveel moois in die persoon zit wat niet gelijk altijd zichtbaar is’. Vooral het stukje eenzaamheid die cliënten ervaren vindt Maarten schrijnend. Daarom ook zijn oproep aan de lezers van dit artikel in de Stadsruit, ‘probeer eens, als iemand enigszins benaderbaar is, een gesprekje aan te knopen.

Soms hebben ze dagen of weken niet met een ander gesproken, mensen durven niet met ze te praten. Gewoon even gedag zeggen kan al een verschil maken, dat ze zich weer gezien voelen en daardoor geraakt worden. Zo’n klein gebaar kan voor hen zo’n groot verschil maken’.

Joke Mulder



Gerelateerde artikelen