Zaterdag, 25 mei 2024
Logo de Stadsruit

Noorse kerk in het park

Vanaf 1914 stond er een nieuw, voor Nederlandse begrippen, zeer apart gebouw in het Park; de Noorse kerk. Wandelend langs de Westzeedijk concludeerde adjunct-archivaris H.M.C. (Hermine) Moquette (1869-1945): ‘Onder Rotterdams straten.

En stegen is er waarschijnlijk geen, die een bonter verscheidenheid van gebouwen vertoont dan de Westzeedijk met zijn boven en beneden den dijk gelegen woningen. Maken wij een wandeling van Rotterdam naar Delfshaven, dan wordt ons oog al spoedig getrokken door de beide, vlak tegenover elkaar gelegen, statige kerkgebouwen aan den linkerkant opgevolgd door het deftige Koningin Emmaplein alias het Rijkeluishofje en een rij flinke herenhuizen.

Daarop komen we aan het terrein van de buitenplaats Schoonoord en verder wordt deze kant ingenomen door het Park met de eigenaardige Noorsche kerken pastorie.’ Ongetwijfeld waren en nog meer Rotterdammers die moesten wennen aan de plaats  en markante bouwstijl van de in 1914 opgeleverde Noorse kerk.

Deze was tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van de pastor Jens Saxe. Hij had zich in 1906 als predikant in de stad gevestigd.

Op dat moment was de kerk samen met de Skandinaciske Hjem for sjofolk, oftewel het Scandinavisch zeemanshuis, gehuisvest aan de Boompjes 92. Toen de gemeente dit pand in 1910 onbewoonbaar verklaarde, ambieerden de Noren een eigen kerkgebouw, los van het pension. De locatie die Saxe op het oog had, aan de rand van het park, werd niet positief ontvangen door een groot deel van de gemeenteraad.

Rotterdam had al een nijpend tekort aan sportvelden en als de vergunning aan de Noorse kerk werd verleend, zou dit nog verergerd worden. Zouden kerkgangers niet gaan klagen over sporthinder?

Of voetballers, korfballers of tennissers op hun beurt over het luide kerkgezang? Mede omdat de kerk veel meer wilde betalen dan de sportverenigingen, eindigde het ermee dat de Noorse kerk de gewenste grond mocht huren voor de duur van 99 jaar.Het houten kerkgebouwtje met leeszaal en pastorie kwam in 1912 als bouwpakket uit Noorwegen in de vorm van 887 scheepladingen.

Tien meegereisde timmerlieden zetten de genummerde palen en planken in elkaar. De moeilijkheid was dat zij gewend waren aan Noorse rotsbodem en niet aan de drassige Hollandse grond.

Hierdoor was de kerk tijdens de inwijding op 26 juli 1914 nog niet af, terwijl de bestrating al een voet was gezakt. Dit probleem werd opgelost door de aanleg van bloemperken. Met de gekozen bouwstijl gaven architecten A. Arneberg (1882-1961) en M. Poulsson (1881-1951) uitdrukking aan gevoelens van  nationalisme en euforie sentimenten die sterk leefden in Noorwegen sinds de unie met Zweden in 1905 ontbonden was. Met het gekozen kerkgebouw refereerden ze aan dertiende eeuwse Noorse staafkerken.

De toegangsdeur werd gemaakt van roodbruin smeedijzer met  middeleeuwse motieven. In de houten pilaren ernaast werd houtsnijwerk aangebracht, boven de ingang een beeld van de Heilige Olav. De binnenkant is betimmerd met donkerbruin geteerde houten panelen. Domenico Eerdman heeft de Christelijke symbolen geschilderd, zoals de elf apostelen. Judas ontbreekt.

(Ed de Meijer)



Gerelateerde artikelen